BloomKlassiek – Identificeren van algemene principes in nieuwe specifieke situaties

Het denken op het kruispunt van analyseren en conceptuele kennis op gang brengen of toetsen.

Vraagexempla

Zoek in Logos het woord ὁ λόγος op (p. 20). Leg uit hoe de vier Nederlandse vertaalsuggesties zijn terug te voeren op dit ene Griekse woord.

(CEGr2015 I) vr.24: Regel 77 τιμῆσαι Ἀχιλλῆα. De manier waarop Thetis wil dat dit gebeurt, wijkt af van de gebruikelijke manier van het verkrijgen van τιμή. Leg dit uit. Ga in je antwoord in op de gebruikelijke manier van het verkrijgen van τιμή en op de manier waarop Thetis dat hier wil laten gebeuren. Verwerk in je antwoord ook het begrip ἀρετή.

(CEGr2015 II) vr.12b: Verschillende Griekse filosofen na Homerus beschouwden het lichaam als een gevangenis van de ziel, die bij de dood eindelijk uit die gevangenis bevrijd werd. In de regels 855-857 (Ὣς t/m ἥβην) is sprake van zowel een overeenkomst als een verschil met deze voorstelling van zaken. Beschrijf in eigen woorden het verschil.

(CEGr2015 II) vr.26b: Stel dat het tekstelement ‘Ik’ (regel 1) correspondeert met Menelaus en dat de tekstelementen ‘een vrouw’ (regel 1) en ‘drank en heroïne’ (regel 3) corresponderen met twee andere personen uit de Ilias. Noteer de naam van het personage uit de Ilias dat in dat geval correspondeert met ‘drank en heroïne’ (regel 3).

(CEGr2015 II) vr.27: Beschrijf in eigen woorden wat bedoeld wordt met ‘die best een tweede Troje zou verdienen’ (regel 1-2).

(CEGr2016 I) vr.10:  Regel 36 τῷ, regel 38 τῷ en regel 39 τῷ. Welk van deze drie gevallen wijkt in woordsoort af van de andere twee? Ga in je antwoord in op de woordsoort van alle drie vormen.

(CEGr2016 I) vr.14a: Regel 2-3 τὸν ἀδελφεὸν Σμέρδιν ἐόντα πατρὸς καὶ μητρὸς τῆς αὐτῆς. Leg uit dat de toevoeging ἐόντα πατρὸς καὶ μητρὸς τῆς αὐτῆς de dramatiek verhoogt.

(CEGr2016 I) vr.22: Regel 22 δικάζουσι en regel 23 ὑπεκρίνοντο. Verklaar het verschil in tijd tussen beide werkwoordsvormen en ga daarbij in op de context.

(CE2015 I) Gr vr. 25/La vr.22; (2015 II) Gr vr. 28/La vr.22; (2016 I) Gr. vr. 27/La vr.23; (2016 II) Gr. vr. 25/La vr.23: Bestudeer de inleiding en de aantekeningen bij Tekst X. Vertaal de regels y t/m z in het Nederlands. De vertaalopgave kan ook gemaakt worden meer op het niveau van denken op het kruispunt van analyseren en feitenkennis of toepassen en procedurele kennis.

(CELa 2015 1) vr.11: Regel 13 quae Sp. Maecius probavisset. De goedkeuring van Sp. Maecius was in de ogen van Cicero geen garantie voor kwaliteit. Leg dit uit. Baseer je antwoord op de regels 11-13 (Reliquas t/m probavisset).

(CELa2015 II) vr.13: Regel 1-5 Confecerunt t/m custodio. Plinius was zich ervan bewust dat slaven juridisch gezien geen rechten hadden. Citeer de twee (niet opeenvolgende) Latijnse woorden uit de regels 1-5 (Confecerunt t/m custodio) waaruit dit blijkt.

(CELa2016 I) vr.8: Regel 735-736 Hic t/m mentem. Leg uit dat Aeneas in deze regels zijn verantwoordelijkheid voor de verdwijning van Creusa probeert te verkleinen.

(CELa2016 I) vr.22b: Citeer het Latijnse woord uit Tekst 4 dat inhoudelijk vergelijkbaar is met ‘de duivel’ (regel 5) uit bovenstaand citaat. c: Citeer het Latijnse woord uit Tekst 4 dat inhoudelijk vergelijkbaar is met ‘christelijke riten en het heilige misoffer’ (regel 8) uit bovenstaand citaat.

(CELa2016 II) vr.12: Regel 67-68 animamque sepulcro condimus. Deze handeling lijkt in strijd met sepulto (regel 41), maar is dit niet. Leg dit uit. Ga in je antwoord in op de regels 67-68 (animamque sepulcro condimus) en op sepulto (regel 41).

(CE2015 I) Gr vr. 25/La vr.23; (2015 II) Gr vr. 28/La vr.22; (2016 I) Gr. vr. 27/La vr.23; (2016 II) Gr. vr. 25/La vr.23: Bestudeer de inleiding en de aantekeningen bij Tekst X. Vertaal de regels y t/m z in het Nederlands. De vertaalopgave kan ook gemaakt worden meer op het niveau van denken op het kruispunt van analyseren en feitenkennis of toepassen en procedurele kennis.

(CEGr2017 I) vr.5: Regel 313 ἐμνήστευεν en regel 316 ἔπερσ᾽. Leg het verschil in aspectswaarde uit tussen ἐμνήστευεν en ἔπερσ᾽. Ga in je antwoord in op de context van beide werkwoordsvormen.

(CEGr2017 I) vr.6: Regel 314-318 Μήτηρ t/m πόρπαισιν. Een van de functies van deze regels is contrastwerking ten opzichte van het voorafgaande (vanaf Λέγοιμ ̓ regel 300). Beschrijf in eigen woorden twee voorbeelden van contrastwerking tussen de inhoud van de regels 314-318 (Μήτηρ t/m πόρπαισιν) en het voorafgaande.

(CEGr2017 I) vr. 14: Regel 1026 μίαν. Leg uit dat μίαν door de plaatsing in de zin nadruk krijgt.

logo Dimensie van het Cognitieve Proces (vaardigheden)
Herinneren Begrijpen Toepassen Analyseren Evalueren Creëren

Kennis-dimensie


Feiten


Conceptuele


Procedurele


Metacognitieve

Advertisements
Nieuws op onderwerp

Voer uw e-mailadres in en blijf op de hoogte van ons laatste nieuws.

Join 29 other followers

MetisMatters
+31 (0) 6 24 64 08 96
annemieke@metismatters.nl

Telefonisch spreekuur:
maandagochtend van 9.00-10.00 uur
%d bloggers like this: